De oudste merklap van Nederland, voor zover nu bekend, is uit 1572. Die allervroegste lappen, van de zestiende eeuw, lijken eigenlijk erg op de merklappen van de zeventiende eeuw. Waarschijnlijk werden er toen al lang merklappen gemaakt, maar zijn de vroegere verloren gegaan.

Kunstmuseum Den Haag, KTO 1951-0168
In de zestiende en zeventiende eeuw werden merklappen geborduurd op hetzelfde linnen waarvan ook kleren en lakens gemaakt werden. Ze zijn vaak heel vol geborduurd met alfabetten en geometrische figuren. Mens- en dierfiguurtjes zijn gewoonlijk heel klein en sterk vereenvoudigd; planten zijn recht en symmetrisch.

Kunstmuseum Den Haag, KTO 1972-0018 (detail): merklap uit 1774
In de achttiende eeuw verschenen er dieren en planten die er wat natuurlijker uitzien. Vaak wel nog wat onbeholpen: een grote veelkleurige bloem op een kaarsrechte steel. En ze worden gewoon gecombineerd met de oudere geometrische patronen.

Centraal Museum Utrecht 5520: merklap van MVA, 1858
De negentiende eeuw is een tijd van veranderingen, ook voor de merklap. Er kwamen nieuwe materialen op de markt: stramien en wol. Daar hoorden nieuwe patronen bij, in een nieuwe stijl: bloemen, landschapjes, hondjes en poezen, een herderinnetje met een schaap, alles in veel meer kleuren dan daarvoor.
Vanaf ongeveer 1860 kwamen nieuwe kleuren op de markt, gemaakt met synthetische verfstoffen in soms bijna neon-achtige tinten.
En er kwam een nieuw type merklap: klassieke lappen in een steeds eenvoudiger vorm en op grover materiaal. De merklap werd steeds meer een beginnersproject.
Daarnaast bleef het oude bestaan. De klassieke motieven uit de zeventiende eeuw werden nog steeds gebruikt. Er werden ook nog klassieke lappen op fijn linnen gemaakt, vooral in degelijke naaischolen en in weeshuizen.
![]() |
![]() |
| FDZ, 1858 |
Betsy Kaarsmaker, 1922 |
De negentiende eeuw was ook een tijd van professionalisering van het onderwijs. Daarin werden de opleiding van onderwijzers en de didactiek op scholen belangrijker. Ook het handwerkonderwijs voor meisjes kreeg steeds meer aandacht. In 1878 werd het een verplicht vak op de lagere school. Er kwamen handwerkboeken en methoden, die in het hele land gebruikt werden.
De periode na 1880 is de tijd van de rode schoollapjes. Deze zijn een voortzetting van de beginnerslapjes van eerder in de negentiende eeuw. Ze heten zo omdat ze op school gemaakt werden, meestal met rood garen op stramien dat speciaal voor het onderwijs in standaardformaten gemaakt werd. Door de gestandaardiseerde lesprogramma’s lijken al deze lapjes erg op elkaar. Wel borduurden de meisjes hun naam erop, het jaartal, de plaats en zelfs de naam van de school. Daarmee werden deze standaardlapjes toch een beetje uniek.
In de loop van de twintigste eeuw werden de merklapjes minder populair. Geleidelijk ging men het handwerkonderwijs anders invullen. Bij de wijziging van de Lager-onderwijswet van 1974 werd het als verplicht vak afgeschaft.

Gera Visser, Gorinchem, ca 1965
Maar dat was het einde niet van het handwerkonderwijs. Het borduren van merklappen werd opgepakt door liefhebbers. Er werden patronen getekend van oude merklappen om na te borduren, en er werden nieuwe patronen ontworpen. Daarnaast gingen mensen persoonlijke merklappen ontwerpen en borduren. Een nieuw begin dus, van een heel nieuw type merklap. Dat is een beweging waar we nu middenin staan.
Auteur: Nelleke Ganzevoort
Reageren? eirotsih.[antispam].@merkwaardig-borduren.nl