Anna Lucretia van Zon

 

Anna Lucretia van Zon

Geplaatst op 29-09-2026  -  Categorie: historie: check NG

Een pikkende pauw uit 1714

In het depot van het Kunstmuseum in Den Haag ligt deze opmerkelijke lap. Hij trok mijn aandacht door de leuke pauw, maar ook door de naam en het jaartal erop: Anna Lucretia van Son, 1714.

foto-1-kto-1957-0009-img-1043-middel

 

De lap heeft inventarisnummer KTO-1957x0009. Hij meet 41 cm x 32 cm, met ongeveer 15 draden per cm. Onderaan een ongewone pikkende pauw. In de boom zit een uil, en een hond springt ertegenop. Rechts een liggend hert. Daarboven twee vakken met links een molen en rechts een kerkje; ertussen hangt een kooi met papegaai aan een koord.

foto-2-kto-1957-0009-img-1049-middel

KTO-1957-0009 IMG_1049
De pikkende pauw, of drinkt hij uit een bakje?

Anna Lucretia van Zon (of van Son) was makkelijk thuis te brengen. Ze kwam uit een welgestelde familie; haar zus Sara Maria was in haar tijd een beroemd dichteres. Van Sara vond ik online een levensbeschrijving met informatie over de familie (https://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/Zon), waarvan ik helaas niet alle gegevens heb kunnen checken. Verder vond ik wat gegevens in de doop- en trouwboeken, en in een hele stapel notariële akten. In de literatuur vond ik twee gedichten op het huwelijk van haar ouders (in: Katharina Lescaille, Mengelpoezy deel 2; toegankelijk via www.dbnl.org). En ik heb vast nog niet alles.

Willem van Zon

Anna Lucretia was een dochter van Willem van Zon en Helena van der Heck. Willem was kanunnik van het kapittel van Oudmunster in Utrecht: ooit een belangrijke kerkelijke functie, maar in zijn tijd stond het vooral voor status en rijkdom. Hoeveel zijn inkomen hieruit was, heb ik niet kunnen vinden. In de notariële akten lezen we verder over grondbezit, onder andere bij Den Helder, en over obligaties die rente opbrachten. Dat lijkt allemaal familievermogen geweest te zijn.

Voor het huwelijk had Willem door Europa gereisd: volgens de huwelijksgedichten had hij “aan de Seine, en Teems, of aan 't Toskaansche strand” geen meisje gezien dat hem aantrok, maar was hij alleen gelukkig in zijn ‘boekvertrek’. Een serieus man dus. Willem en Helena hadden volgens de levensbeschrijving van Sara zes dochters en een zoon; Anna was de jongste. Het huwelijk was kennelijk goed: in 1707 herhaalde Willem in een notariële akte dat Helena het vermogen zou beheren en voogdes van de kinderen zou zijn, als hij eerder zou sterven. En dat gebeurde inderdaad: hij overleed in 1713.

foto-3-kto-1957-0009-img-1053-middel

KTO-1957-0009 IMG_1053
De vogelkooi hangt met een koordje aan de eikelrand

Maarssen en Utrecht

Al voor het huwelijk, in 1684, kocht Willem de buitenplaats Doornburg in Maarssen. Na zijn dood woonde het gezin in Utrecht ‘aan de Nieuwegracht bij het Janskerkhof’ – nu Drift 3, al is dat huis pas later gebouwd. Het is mogelijk dat hij dat huis eerder ook al had. Rijke burgers hadden soms een huis in de stad voor de winter én een buitenplaats op het platteland voor de zomer. In elk geval werd de oudste dochter niet in Maarssen gedoopt maar in Utrecht.
Er was beslist geld voor onderwijs. Ik vermoed dat Anna in Utrecht naar een Franse school ging, maar een gouvernante aan huis is ook mogelijk. Als de kerk op haar lap eigen ontwerp is, zou dat misschien licht op de zaak werpen, maar ik heb hem niet kunnen thuisbrengen.

foto-4-kto-1957-0009-img-1052-middel foto-5-kto-1957-0009-img-1051-middel
Het kerkje rechts... ... en de molen links

Het huis aan de Drift

Drie van de dochters overleden rond hun twintigste. De anderen bleven allemaal ongetrouwd. Anna woonde in het huis op de Drift met haar zussen Johanna Louisa en Sara Maria, totdat Johanna stierf in 1733 en Sara in 1755.

In 1777 maakte Anna nog eens een nieuw testament. Haar erfgenamen waren Dirk Scholl en Magthalena Eduardina Ravesteijn-Scholl, beiden te Delft: waarschijnlijk kleinkinderen van een zus van haar moeder. Ze overleed vroeg in 1780; volgens haar testament werd ze begraven in het familiegraf in de kerk van Maarssen. In haar huis aan de Drift werd toen alles verzegeld in afwachting van de komst van de erfgenamen. Daarvan is een notariële akte; zo weten we dat er ruim ƒ 2.848 aan contant geld in huis was, en diverse kisten, kasten en lessenaars met waardevolle inhoud.

foto-6-handtekening-1777

 Anna's handtekening in 1777

Van de merklap horen we niets meer, maar in het testament staat dat het huislinnen en de familieportretten niet mochten worden verkocht. Als de erfgenamen ze niet wilden hebben, moesten ze maar verbrand worden. Dat gold dan misschien ook voor de merklap. Ik denk dat hij in het ‘notebomen cabinetje’ lag, dat ze met inhoud en al (en met haar kleding) legateerde aan de achternichtjes Johanna Cornelia en Margaretha Cornelia Ravesteijn. In elk geval is hij zorgvuldig bewaard gebleven en in 1957 uiteindelijk in het museum beland.

Tekst en foto’s: Nelleke Ganzevoort (met dank aan het Kunstmuseum Den Haag)
Reageren? eirotsih.[antispam].@merkwaardig-borduren.nl

Een eerdere versie van dit artikel is verschenen in MerkWaardig 142 (maart 2025).